Preek van de leek door burgemeester Leendert de Lange
Op zondag 25 oktober hield burgemeester Leendert de Lange in de Dorpskerk de preek van de leek. De hele tekst kunt u hieronder lezen.
Goedemorgen,
Wat fijn dat u er bent en dat u vanmorgen naar de Dorpskerk bent gekomen.
Door de voorruit van uw auto ziet u een andere auto op de kop in het water liggen. In de sloot langs de parallelweg van de Landscheidingsweg steken nog vier wielen uit het water. Wat gaat u doen? Remmen? Helpen? Doorrijden?
Damian bedacht zich vorig jaar geen moment. Vanuit de auto sprong hij in het water. Met de paal van het verkeerbord dat was omgereden, brak hij het glas van twee ramen. Een andere omstander reikte hem een life hamer aan. Na het breken van het glas van de vierde ruit, kon hij de hand vastpakken van een dame op de bijrijdersstoel. Zij had inmiddels al het nodige water binnengekregen. Ze zat vast in de auto, met de verdrinkingsdood in de ogen. Gelukkig heeft Damian de dame bevrijd. Hij tilde haar uit het water. Hij legde haar in stabiele zijligging en sloeg het water uit haar longen. Daarna konden de toegesnelde hulpdiensten de zorg overnemen.
Van de week heb ik aan Damian een bronzen medaille en oorkonde mogen uitreiken van de Koninklijke Maatschappij tot Redding van Drenkelingen. Damian is een goed opgeleide instructeur van de Koninklijke Marechaussee - wat een geluk - maar hij is vooral een moedig mens die naar voren stapt als het water aan de lippen staat.
Het is voor mij een grote eer om vandaag u hier te mogen toespreken. In aanwezigheid van mijn vader, moeder, zus en vrouw. In toch wel een beetje de familiekerk, waar mijn ouders zijn getrouwd, waar wij afscheid hebben genomen van mijn opa en oma, en waar mijn moeder vanuit het jeugdwerk eerder vanaf deze preekstoel sprak.
Hoe meer ik mij ging verdiepen in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, hoe meer ik moest denken aan een bijzondere kant van het burgemeesterschap. Je komt op verschillende plekken. Je spreekt dorpsgenoten op feestelijke momenten, bij een 60-jarig huwelijksjubileum (ik eet dus geregeld taart), bij een opening of bij de uitreiking van een koninklijke onderscheiding. Maar je ontmoet ook mensen op lastige momenten. Bij ziekte, na een verlies, na een ongeluk of wanneer het leven even vastloopt.
Voor mij gaat het altijd om mensen. Wat mij daar geregeld bij opvalt, is dat mensen zich vaak niet meer precies herinneren wat er wordt gezegd. Maar wel wie er toen was. Wie even stil bleef staan in de Langstraat. Wie luisterde en een praatje maakte. Wie oprechte aandacht gaf.
Misschien is dat precies waarom de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan ons na ruim tweeduizend jaar nog steeds raakt. Dit verhaal gaat niet over ingewikkelde regels of grote woorden. Het gaat over een mens die een andere mens ziet liggen langs de kant van de weg. En over de vraag: loop ik door, of blijf ik staan?
Het verhaal begint met een wetgeleerde die Jezus met een vraag op de proef stelt. Vandaag de dag noemen wij dat een challenge. "Wie is mijn naaste?" Een prachtige en veelzijdige vraag. Jezus geeft niet direct antwoord. Hij neemt je mee via een aangrijpend verhaal.
Een man reist van Jeruzalem naar Jericho. Onderweg wordt hij overvallen, mishandeld en beroofd. Halfdood blijft hij achter langs de weg. Openbare orde en veiligheid had in die dagen kennelijk ook al zo zijn uitdagingen. Dan komen er drie mensen voorbij. Eerst een priester. Een man met aanzien. Iemand van wie je verwacht dat hij zal helpen. Hij ziet de gewonde man, maar loopt door. Daarna komt een Leviet, een tempeldienaar. Ook hij ziet de man liggen. En loopt door.
Dan verschijnt een Samaritaan. In die tijd stonden Samaritanen laag in aanzien. Zij werden gezien als buitenstaanders. Mensen waar je met een boogje omheen loopt. Maar juist hij stopt. Hij vraagt niet wie de gewonde man is. Hij vraagt niet waar hij vandaan komt. Hij vraagt niet of hij hulp verdient. Hij ziet een mens in nood. Hij stapt naar voren en gaat voor de man zorgen. Bij gebrek aan Betadine worden de wonden behandeld met olie en wijn. Na te zijn verbonden wacht de opvang in een logement. De Samaritaan staat garant voor het betalen van alle kosten.
Aan het einde stelt Jezus een wedervraag aan de wetgeleerde. “Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?” Het antwoord is natuurlijk glashelder. De barmhartige Samaritaan. Van zero to hero. Het gaat niet om de vraag wie tot je kring behoort. Het gaat om de vraag: voor wie ben ik een naaste? Voor wie voel ik mij verantwoordelijk? Voor wie zijn wij samen verantwoordelijk?
Weerbaarheid
De boodschap achter dit verhaal is vandaag de dag nog steeds actueel. De vraag “wie is mijn naaste?”, houdt mensen gelukkig nog altijd bezig. “Mensen hebben hoopvolle verhalen nodig om grip te krijgen op de rauwe werkelijkheid, om niet radeloos en hulpeloos te worden,” zo betoogt Beatrice de Graaf in de Huizingalezing in 2024. “In tijden van verwarring en onzekerheid hebben we geschiedenisverhalen nodig die niet alleen de feiten logisch ordenen en uitleggen, maar die ook een handelingsperspectief bieden, met het oog op menselijke tekorten en gebreken,” schrijft dominee Ad van Nieuwpoort in het lezenswaardige boek Buig Niet. Bijbelse tegengif voor nu.
In deze krachtige Huizingalezing van De Graaf verwees zij naar de kerkvader Augustinus die zei: “Klaag niet over de keizer, of over de tijden. Keizers vergaan, de tijden gaan ten onder. Maar zeg: wij zijn de tijden.”
Wij hebben het er dus mee te doen. In het hier en nu. Dat vraagt om weerbaarheid en veerkracht in onrustige tijden. Wij leven in Nederland gelukkig in vrijheid, maar oorlog en conflict is dichtbij. Wij wonen in een prachtig groen en internationaal dorp. Maar elk huisje heeft ook hier zijn kruisje. De vraag naar jeugdzorg groeit. De wetmatigheid dat de kinderen het beter krijgen dan de ouders lijkt uitgewerkt. Veel jongeren - en de wat oudere jongeren - ervaren een voortdurende druk om succesvol te zijn. Via sociale media worden wij iedere dag geconfronteerd met beelden van mensen die geluk uitstralen, succesvol lijken, die het echt hebben gemaakt. Maar achter die beelden schuilen vaak dezelfde vragen die mensen altijd hebben gehad. Ben ik goed genoeg? Hoor ik erbij? Doe ik ertoe? Kan ik de toekomst aan?
Daarnaast leven we in een tijd waarin veel ontwikkelingen tegelijk op ons afkomen. Oorlogen, Parijs staat in brand, permanente verkiezingen, onstuimig weer, computersystemen plat, nepnieuws, dure boodschappen en in de rij voor een woning. Volop verbonden met de wereld en tegelijkertijd eenzaamheid, onzekerheden en veranderingen die elkaar steeds sneller lijken op te volgen.
Dat alles roept een belangrijke vraag op: hoe blijven wij weerbaar? Vaak denken wij daarbij aan zelfredzaamheid. Aan sterk zijn. Aan jezelf kunnen redden.
Vandaag wil ik u uitdagen om met behulp van de Samaritaan anders te kijken, iets anders te zien. De man halfdood langs de weg was op dat moment niet zelfredzaam. Zijn redding kwam doordat iemand anders stopte. Zijn weerbaarheid ontstond doordat hij niet alleen was.
Is dit niet een belangrijke les voor onze tijd? Werkelijke weerbaarheid begint niet bij onafhankelijkheid, maar bij verbondenheid. Omzien naar elkaar.
Verantwoordelijkheid
Wanneer wij deze gelijkenis horen, richten wij onze aandacht meestal op de Samaritaan. Logisch, want hij doet het goede. Maar er zit nog een tweede vraag in dit verhaal. Wat voor samenleving zien wij hier eigenlijk? Een man ligt hulpeloos langs de weg. Twee mensen die verantwoordelijkheid hadden kunnen nemen, doen dat niet. Zij lopen door. Pas de derde stopt.
Jezus vertelt ons niet alleen iets over één goed mens. Hij laat ook zien wat er gebeurt wanneer mensen hun verantwoordelijkheid niet nemen voor elkaar. Het slachtoffer wordt niet geholpen door een gebrek aan toezichthouders of een falend zorgsysteem. Hij wordt geholpen doordat een mens besluit om naar voren te stappen. Misschien raakt dat aan één van de grote vragen van onze tijd.
Wie voelt zich nog verantwoordelijk voor het geheel?
De afgelopen jaren hebben we gezien hoe afhankelijk wij zijn van elkaar. Het coronavirus legde de hele wereld plat. Thuiswerken, anderhalve meter afstand, mondkapjes en een avondklok. Maar gelukkig herontdekten wij - ook in Wassenaar - hoe belangrijk buren, vrijwilligers, zorgverleners, leraren en mantelzorgers zijn. Boodschappen doen voor elkaar, kaartjes versturen, via ommetjes genieten van het groen en er zijn voor een ander.
Wanneer een crisis ontstaat, kijken mensen vaak naar de overheid. Dat mag je ook verwachten. De gemeente heeft een belangrijke taak. Maar geen enkele overheid kan vervangen wat mensen voor elkaar betekenen.
“Vraag niet wat je land kan doen voor jou, maar wat jij kunt doen voor je land,” stelde president John F. Kennedy treffend. Het is zo krachtig als wij naar vermogen samen naar voren stappen als de tijd erom vraagt. Dat begint wel met de vraag: wat is mijn verantwoordelijkheid?
In ons dorp zie ik als burgemeester gelukkig dagelijks voorbeelden van mensen die hun verantwoordelijkheid nemen. De vele vrijwilligers bij de sportverenigingen, zorginstellingen, de kerken, serviceclubs, de Oranjevereniging en de buurtcentra. De toppers van de Bijbus. De vrijwilligers bij de politie, brandweer, het Rode Kruis en de Wassenaarse Reddingsbrigade. Mantelzorgers die dag en nacht klaar staan voor een kind, partner of ouder. Inwoners die belangeloos taalles geven aan nieuwkomers in onze gemeenschap. Vrijwilligers zijn het menselijk fundament onder ons dorp. Mensen die bereid zijn om iets voor elkaar over te hebben. Naar voren te stappen. In de geest van de Samaritaan.
In de gelijkenis zit wat mij betreft nog een les. Het is niet de priester die helpt. Niet de Leviet. Maar de Samaritaan. De buitenstaander. Degene van wie je het niet verwacht. Dat is geen detail. Dat raakt de kern van het verhaal. Jezus laat zien dat medemenselijkheid zich niet laat beperken door afkomst, positie of status. De naaste blijkt niet altijd degene te zijn die het dichtst bij je staat. Soms is het juist iemand van wie je het minst verwacht.
Ook in Wassenaar zien wij dat dagelijks. Onze gemeenschap wordt gedragen door mensen met verschillende achtergronden, overtuigingen en levensverhalen. Mensen die hier geboren zijn. Mensen die hier later zijn komen wonen. Mensen die uit andere delen van de wereld afkomstig zijn. Iedereen die bereid is verantwoordelijkheid te nemen voor een ander, draagt bij aan onze gemeenschap. Dat maakt een samenleving sterk. Niet ondanks verschillen. Maar juist dankzij verschillen.
Slot
Aan het einde van de gelijkenis geeft Jezus geen uitgebreide uitleg. Hij zegt eenvoudig: “Doet u dan voortaan net zo.” Dat betekent natuurlijk dat wij persoonlijk worden aangesproken.
Maar wij worden ook in gezamenlijkheid als gemeenschap aangesproken. Wat voor dorp willen wij zijn? Wat voor samenleving willen wij nalaten aan onze kinderen en kleinkinderen? Een samenleving waarin mensen langs elkaar heen leven? Of een samenleving waarin mensen omzien naar elkaar? De barmhartige Samaritaan laat zien dat een gemeenschap sterker wordt wanneer mensen verantwoordelijkheid voor elkaar nemen. Daarmee kunnen wij soms zelfs onheil wegnemen of ongelukken voorkomen. Door iemand die stopt, de steen opraapt en hem van de weg haalt.
Dat begint vaak klein. Met aandacht. Met een bezoek. Met een luisterend oor. Met een vraag. Met het uitstellen voor een oordeel. Met een helpende hand. Met de bereidheid om even stil te staan. Door compassie te tonen. We hoeven niet alle problemen van de wereld op te lossen. De Samaritaan deed dat ook niet. Maar hij veranderde wel het leven van één mens.
Is dat niet een prachtig begin voor de verandering binnen onze samenleving. Samen verantwoordelijk. Werken aan een weerbare samenleving. Het gemeentebestuur heeft daarin een taak. Scholen hebben daarin een rol. Verenigingen kunnen daarbij helpen. Kerken zijn een hoopvolle plek voor samenkomst en inspiratie. Het vraagt alleen meer dan beleid, instituties of systemen. Verbondenheid ontstaat in relaties tussen mensen. In vertrouwen. In betrokkenheid. In de bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen voor elkaar.
Mensen worden sterker doordat wij ontdekken dat wij elkaar nodig hebben. Daarin ligt de blijvende kracht van het verhaal van de barmhartige Samaritaan.
Moge wij daarom niet alleen vragen “wie is mijn naaste?”, maar dit verdiepen met de vraag en opdracht: voor wie kunnen wij samen een naaste zijn? “People, help the people.”
Hier in de Dorpskerk. Hier in Wassenaar. En overal waar mensen elkaar ontmoeten.
Amen.