Herdenking 4 mei

Op maandag 4 mei vond in Wassenaar de herdenking plaats bij het monument aan de Schouwweg. De herdenking begon met een stille tocht naar het monument vanaf de hoek Nachtegaallaan/Schouwweg. Diverse genodigden legden een krans. De herdenking werd begeleid door Muziekvereniging Excelsior uit Wassenaar.

De toespraak van burgemeester Leendert de Lange kunt u hieronder teruglezen. 

Toespraak burgemeester Leendert de Lange

Vanavond zijn we samengekomen, in stilte en verbondenheid. Om de mensen te herdenken die slachtoffer werden van de Tweede Wereldoorlog, de koloniale oorlog in Indonesië en latere oorlogssituaties of vredesmissies nadien. Allereerst denk ik aan de 574 doden in Wassenaar, onder wie 99 Joodse inwoners. Vaders en moeders, broers en zussen, ooms en tantes en kinderen, die onder de tirannie van de bezetter het leven lieten. Getekend door dit immense verlies pakten hun familieleden het leven weer op, ik denk aan hen. Ik denk ook aan onze andere dorpsgenoten die de verschrikkingen zelf meemaakten en voor wie de oorlog in hoofd en hart nog altijd doorgaat, ook in volgende generaties. Zo zijn we bij elkaar, bij het monument van de Stervende Strijder. Wat is het mooi dat u hier vanavond bent. Intense dankbaarheid zijn we verschuldigd aan de Canadezen, Amerikanen, Britten, Fransen en Polen, die ons bevrijd hebben. Vaak jonge mensen, dienstplichtige militairen. Zij zetten hun leven op het spel tegen de onderdrukking en voor onze vrijheid.

Eén van de burgers die sneuvelden was de Wassenaarder Cornelis Rietbergen, kapitein op het koopvaardijschip De Amstelland.

Toen de nazi’s binnenvielen bepaalde onze regering in ballingschap dat de koopvaardijvloot beschikbaar moest blijven voor bevoorrading van de frontsoldaten met wapens, olie en voedsel, de ´vaarplicht´. Daarmee werd de koopvaardij een cruciale levenslijn voor de Nederlandse militairen.

Maar de koopvaardijlieden werden zo ook zelf frontsoldaat. Jarenlang waren zij van huis, onder voortdurende dreiging van Duitse en Japanse torpedo’s en bommenwerpers. 400 schepen werden tot zinken gebracht, 3.500 vaarplichtige zeelieden kwamen om, onder wie kapitein Rietbergen, een vergeten zeeheld.
Na de oorlog was er nauwelijks erkenning voor de vaarplichtige zeelieden. Niet voor hun machteloosheid, niet voor hun doodsangst en zelfs niet voor hun aandeel in de geallieerde overwinning. 

Ook mijn opa was vaarplichtige. Hij had geluk om net voor het uitbreken van de oorlog thuis in veilige haven te zijn. Zijn werkgever zorgde ervoor dat hij niet hoefde uit te varen. Op zijn eerste reis kort na de bevrijding zou hij – verzwakte kinderen – ‘de bleekneusjes’ uit de stad naar Engeland brengen. Het liep anders. Op reis van Antwerpen naar Rotterdam raakte zijn schip de Christiaan Huygens voor Vlissingen zwaar beschadigd. Het liep op een zeemijn. Mijn opa is vanuit de machinekamer naar boven geklauterd. Met zijn arm uit de kom, geklemd onder een touwtje om zijn veel te ruime overall. Hij heeft het op wonderbaarlijke wijze overleefd. Anders had mijn moeder – hier aanwezig – geen vader meer gehad en ik geen opa. 

Zo heeft iedereen zijn eigen herinneringen aan de oorlog. Straks lezen de 3 kleinkinderen van Riet Ruijgrok voor uit het oorlogsdagboek van hun oma. Als 12-jarig meisje maakte zij de Duitse invasie mee, aan de Oostdorperweg 159, waar haar vader bollenkweker was.

Hoe kon die oorlog ontstaan, die oorlog, waar kapitein Rietbergen, mijn grootvader, mevrouw Ruijgrok en zoveel anderen slachtoffer van werden? Hoe was het mogelijk dat 6 miljoen Joden vermoord werden, van wie 100.000 uit Nederland? Dat werd zomaar besloten aan een vergadertafel, genotuleerd en uitgevoerd.

Hoe was het mogelijk dat ook mensen met een beperking, Roma, Sinti, homo’s, Jehova’s en politiek andersdenkenden werden gediscrimineerd, als gevaarlijk weggezet en daarna gedeporteerd en vermoord, alleen maar om wie ze waren? De angst voor de bezetter smoorde elke opstand. Wie het toch waagde op te staan moest dat vaak met de dood bekopen. Ja, we kunnen oordelen met de wetenschap van nu. Maar laten we de gewone mensen van toen, niet leggen langs de meetlat van zwart of wit.

Laten we wel leren van de geschiedenis. Door te luisteren. Naar de generatie die de oorlog zelf meemaakte. Naar mensen met persoonlijke verhalen. Kan het weer gebeuren? Dat vragen mensen in onze tijd zich af. 

Elke dag zien we de verschrikkingen van de oorlog in Oekraïne en het Midden-Oosten. En ook nu worden Joden in toenemende mate geïntimideerd en bedreigd. Mensen leven ook nu soms in hun eigen bubbeltjes, zijn niet altijd uit op verbinding. Polarisatie, onverdraagzaamheid en uitsluiting liggen steeds op de loer.

8,5 Miljoen Nederlandse huishoudens kregen het informatieboekje ´Bereid je voor op een noodsituatie´. ´We zitten in een sluimeroorlog in vredestijd´, zegt het kabinet. Mensen beseffen dat het, dus toch, opnieuw kan gebeuren. Kunnen wij er zelf iets tegen doen? Ja! Kijk naar de SIREcampagne met de twee figuurtjes ´verlies elkaar niet als polarisatie dichtbij komt´. Een oproep tot tolerantie, accepteer dat we nu eenmaal verschillen.

Ik zeg ook: denk niet in termen van wij tegen zij, maar luister naar andersdenkenden, wees nieuwsgierig naar wat hen beweegt. En blijf niet onverschillig, sta op tegen wie polariseert en uitsluit en spring over je eigen schaduw heen.

Gelukkig is Wassenaar gezegend met een rijk verenigingsleven. 10.000 Vrijwilligers zijn actief in onderwijs, sport, de kerk en andere verbanden. Daar zit ontzettend veel kracht in en dat maakt ons een weerbare gemeenschap. De laatste Koningsdagviering was weer een feest van onze onderlinge verbondenheid.

Straks leggen leerlingen van groep 8 van de Herenwegschool een zelfgemaakte krans. Voor het leed in de Tweede Wereldoorlog. Maar ook voor de toekomst. In de gastles die ik mocht geven over oorlog, herdenken en vrijheid, zag ik hun betrokkenheid. Ook zij zien oorlogen tussen wereldleiders en leed van onschuldige mensen, overal ter wereld. In het prachtige lied ´Twee minuten stilte´, van Kinderen voor Kinderen, zingen ze daarom: ‘Je mag zijn wie je graag wilt zijn, je mag vinden wat je vindt, samen staan we sterker met de handen in elkaar’. Dat wensen zij Wassenaar, Nederland en de wereld toe.

Ook ik wens ons allen toe dat we hiernaar mogen leven, ieder in onze eigen kring. 

Dat we niet vergeten en dat we zorgen dat het nooit meer gebeurt.