Gemeente Wassenaar - Nieuwe Haagse School (Knoestercollectie)

Nieuwe Haagse School (Knoestercollectie)

De gemeente Wassenaar beschikt over een niet onbelangrijke verzameling kunstwerken, vooral van bekende meesters als Paul Citroen en Sierk Schröder. Met enige regelmaat worden in Raadhuis de Paauw tentoonstellingen georganiseerd van zeer uiteenlopend karakter.

De gemeente Wassenaar heeft voor de komende jaren een consistent kunst- en cultuurbeleid geformuleerd met een voor iedereen herkenbaar focuspunt voor de kunstcollectie. Daarbij is gekozen voor een periode in de Nederlandse kunst, vooral in en rond Den Haag, uit de tijd van na de Tweede Wereldoorlog, de jaren 1950 en 1960 van de vorige eeuw.

De groepering kunstenaars wordt aangeduid als ‘de Nieuwe Haagse School’, en wordt tevens wel als pendant gezien van de Cobra beweging in en rond Amsterdam. Maar dan wel een ‘keurige’ pendant, zoals het Hagenaars betaamt, dat wil zeggen dat de kunstuitingen zeker meer conformistisch waren.

In de laatste jaren is de Nieuwe Haagse School door middel van publicaties en tentoonstellingen steeds meer in de belangstelling gekomen. Ook de kunsthandel en het veilingwezen hebben zich gericht op de kunstenaarsgroepering. Niettemin is de Nieuwe Haagse School nog steeds een verzamelgebied waarbij de verkoopprijzen nog niet tot astronomische hoogten zijn gestegen. Daarbij zijn er weinig tot geen verzamelaars, en zeker geen museale of openbare instellingen, die zich er uitsluitend op richten om déze stroming op de kaart te zetten.

Het echtpaar Ton en Roelie Knoester begon echter in 1968 al met het verzamelen van werk van kunstenaars die later tot de Nieuwe Haagse School zouden gaan behoren. In hun publicatie over de stroming, een prima standaardwerk, onderscheiden zij drie kunstenaarsgroepen uit de tijdsperiode: ‘Verve’ (1951-1957), ‘Fugare’(1960-1967) en ‘De Posthoorngroep’(1956-1962). Tot de eerste groep behoorden prominente schilders als Kees Andréa, Theo Bitter, Rein Draijer, Jan van Heel, Henk Munnik, Ferry Slebe en Herman Berserik.

Tot de leden van Fugare behoorden Jaap Nanninga, Wim Sinemus en Joop Kropff; daarnaast sloten een aantal Verve-leden zich aan bij Fugare. Bij Verve overheerste de figuratieve schilderkunst en bij Fugare waren meer abstract werkende kunstenaars aangesloten.Beide groepen zetten zich af tegen de geruchtmakende kunst van de Amsterdamse avant-garde, waarin Karel Appel en de Nederlandse leden van de Cobra-groep de hoofdrol speelden. De Posthoorngroep was een groep schilders die elkaar regelmatig in het gelijknamige café in Den Haag ontmoetten en daar ook hun nieuwste werken exposeerden.

Toen de gedachte bij de gemeente Wassenaar post vatte om het geringe aantal werken uit de Nieuwe Haagse School dat aanwezig was, uit te breiden tot een kwalitatief hoogwaardige collectie, is in eerste instantie contact gelegd met het Gemeentemuseum Den Haag waar werd vastgesteld dat sprake was van een veelbelovend initiatief. Vervolgens is contact gelegd met de heer en mevrouw Knoester over de verwerving van een aantal belangrijke werken uit de periode. Na het overlijden van de heer Knoester besloot zijn weduwe om het leeuwendeel van de collectie af te stoten.  Na langdurig en zorgvuldig overleg is gekomen tot een aankoopvoorstel van een reeks van 36 werken waarbij één bedrag voor de aan te kopen collectie werd vastgesteld.

Met de aankoop van deze samenstelling van schilderijen uit de Nieuwe Haagse School, die we de Knoester Collectie zullen blijven noemen, verwerft de gemeente Wassenaar een fraai en belangrijk ensemble van kunstwerken die in wisselende samenstelling kunnen worden getoond in het Raadhuis de Paauw en elders in en buiten het dorp. Daarnaast kunnen met deze collectie als uitgangspunt tentoonstellingen worden georganiseerd over individuele leden van Verve, Fugare en de Posthoorngroep. Deze gebeurtenissen kunnen worden begeleid door educatieve projecten waarbij de unieke positie van Wassenaar als woonplaats van kunstenaars, verzamelaars en architecten wordt verduidelijkt.

Lezingen, rondleidingen en ontvangsten behoren vanzelfsprekend tot de mogelijkheden terwijl ook de regionale media zullen worden ingeschakeld. Immers, de aankoop en het publiek beschikbaar stellen van een dergelijke unieke collectie, verschaft de gemeente Wassenaar een unieke positie tussen de regionale museale instellingen van Leiden, Rotterdam en Den Haag.